Je bent verplicht te helpen!

Soms gaat het wel eens mis

Het leuke van een nieuw vak geven is dat je zelf de helft ook nog niet helemaal precies snapt. Dat maakonderwijs goed is en dat leerlingen er veel leren, ziet iedere docent die ermee bezig is. Maar waarom en hoe dat dan precies werkt, dat wordt veel slechter begrepen. Gelukkig tasten we niet helemaal in het duister. Vanuit het platform Maker Education Nederland (http://www.makered.nl) hebben we contacten met collega’s in heel Nederland en soms zelfs daar buiten.

Zo leerde Erik Hofman ons dat in zijn lessen leerlingen verplicht zijn elkaar te helpen (volg hem op Twitter! https://twitter.com/hofje71) . Dat wilden wij dus ook, dus dat was de eerste (en zo ongeveer enige) regel die we invoerden. Maar helpen moet met de handen op de rug (dank weer aan Erik).

Wij vinden het belangrijk dat leerlingen elkaar helpen. Immers, als docent sta je alleen voor een groep van bijna dertig leerlingen die allemaal met hun eigen opdrachten bezig zijn. Je kunt het simpelweg niet alleen. Belangrijker echter nog dan dat is het helpen van een ander een waanzinnige drijfveer is voor de eigen, intrinsieke, motivatie (over die motivatie later meer, want hoe houd je leerlingen gemotiveerd als ze geen cijfers kunnen halen?).

Dus deze week waren leerlingen druk bezig om aan elkaar uit te leggen hoe de lasersnijder werkte, hoe ze dan toch echt die Extrude optie in Fusion 360 het beste konden  toepassen en waarom de mBot niet gewoon in een rechte lijn rechtdoor reed. Toch waren niet alle leerlingen tevreden aan het einde van de les. Wat bleek? Ze waren zo druk bezig geweest met uitleggen, dat ze geen tijd hadden gehad voor hun eigen opdracht. Want ja, ze waren verplicht geweest te helpen. Oeps… misschien moeten we volgende week de regel iets aanpassen.

 

Oma Nelk, kunt u mij helpen?!?

Na de klas verteld te hebben wat ze moeten doen, gaan ze ijverig de benodigde spullen pakken. Het duurt 42 seconden totdat de eerste vinger omhoog gaat. “Oma Nelk, kunt u mij helpen?!? Ik snap het niet”. Van binnen zucht ik heel even, want ik had toch echt gisteravond nog al het lesmateriaal nagelopen, om te controleren of ze er echt gelijk mee aan de slag konden.

“Heb je de opdracht al gelezen?”

“Nee” (gelukkig, het ligt niet aan mij)

“Doe dat dan eerst even, dan kom ik je daarna helpen”

Voor mij zit de allereerste groep leerlingen die ik lesgeef in Ontwerpen & MAken, afgekort OMA. Zo sta ik dan ook in het rooster van de leerlingen:

En ach ja, ze mogen mij dus best oma noemen, dat is niet erg. Het vak is nieuw en wordt nergens op deze manier  gegeven. Lasersnijden, 3D printen, programmeren, solderen, we proberen het allemaal een plek te geven. Het lesmateriaal schrijven we zelf. De eerste groep leerlingen zijn onze betatesters, maar eigenlijk hoop ik dat alle volgende groepen dat ook zullen zijn. Er is immers niet leuker dan dingen uitproberen en te kijken hoe het gaat.

Lezen blijkt lastig voor de leerlingen, zelfs al zijn het gymnasium leerlingen. Maar één zin blijkt goud waard, vandaar dat ik het graag met jullie deel (geleend van mijn collega Lazet):

“Ik ga het nu aan jou uitleggen, maar let goed op, want jij moet het dus straks aan de rest uitleggen”

Negentig minuten lang is het een chaos in het lokaal, maar ik geniet. Er worden steden ontworpen én gebouwd. Er worden robots in elkaar gezet en laptops uitgescholden. Na negentig minuten moeten ze toch echt opruimen. Om 16:00 staan ze weer voor deur. Of ze ook na schooltijd mogen komen om weer dingen te maken. Natuurlijk!